Ontwikkelingsgericht onderwijsconcept (OgO)

Home » Wat maakt ons bijzonder? » Ontwikkelingsgericht onderwijsconcept

Ontwikkelingsgericht onderwijsconcept (OgO)

We werken volgens de uitgangspunten van ontwikkelingsgericht onderwijs in combinatie met eigentijdse methodes. Op deze manier realiseren wij een evenwicht tussen opbrengstgericht werken en onze brede leerdoelen. Kinderen zijn medeverantwoordelijk voor hun leerproces. De leerkracht is de spil in het leerproces en staat naast de leerling. De leerkracht investeert in de relatie met de kinderen en de ouders. Dit resulteert in veel onderling vertrouwen en grote ouderbetrokkenheid. We zetten in op een brede ontwikkeling van onze leerlingen en werken opbrengstgericht.

Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OgO)

We gebruiken moderne methodes met doorgaande leerlijnen en werken thematisch volgens een eigentijds concept, waarin we de uitgangspunten van ontwikkelingsgericht onderwijs hanteren, passend bij de school.

  • Ontwikkelingsgericht onderwijs is gericht op een brede persoonsontwikkeling
  • Het gaat om betekenisvolle activiteiten, binnen een bepaald thema
  • Het zoeken naar oplossingen, het experimenteren is van belang
  • De leerkracht heeft een stuwende rol in de activiteit doordat deze steeds op zoek is naar mogelijkheden om activiteiten te verdiepen en te verbreden met het oog op het voorgenomen doel. Zo wordt er een zone van naaste ontwikkeling gecreëerd, waardoor leerlingen hun eigen vorderingen signaleren omdat ze merken dat de activiteit én zij zelf er beter van worden
  • De leerkracht probeert een goed evenwicht te vinden tussen enerzijds de betekenis van activiteiten voor de leerlingen (hebben ze er iets mee, doet het ze iets?) en anderzijds de doelen die de leerkracht wil bereiken met de activiteit. Binnen traditioneel onderwijs zie je nog vaak dat het doel van de leerkracht voorop staat en dat er voorbij wordt gegaan aan het feit of de activiteit betekenis heeft voor de leerlingen. Een gevolg kan zijn dat leerlingen afhaken en dat uiteindelijk het doel niet wordt bereikt.
  • In begeleide keuzes helpen leerkrachten hun leerlingen om initiatieven te nemen en plannen te maken voor hun activiteiten. De opbouw van het leertraject is systematisch en hypothetisch. Het curriculum (leerweg over langere tijd) is systematisch

Actief burgerschap binnen OgO

De omschrijving van actief burgerschap is: De bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.

Het vak burgerschap is officieel een kerndoel geworden, onderdelen die daar onder vallen zijn normen en waarden, burgerschapsvorming en het voorkomen van segregatie. De school heeft daarin een maatschappelijke opdracht. We gaan ervan uit dat kinderen zich moeten kunnen ontplooien binnen gestructureerde situaties door middel van spelen, onderzoeken en leren. In zo’n omgeving ontwikkelt het kind zich tot een zelfstandig mens.

We willen graag het volgende bereiken:

  • dat kinderen een positieve kijk op en houding t.o.v. de samenleving hebben
  • dat zij zich weerbaar weten op te stellen en keuzes kunnen maken
  • dat zij een weg kunnen vinden in de overstelpende hoeveelheid informatie die op hen afkomt
  • dat zij met respect en tolerantie omgaan met andere mensen, ook met mensen die zich onderscheiden door een handicap, door hun huidskleur, geloof of sekse.

Leerlingen leren om hun persoonlijke levensbeschouwing bewust in te vullen, te verdiepen en als dat gewenst is te vernieuwen. Kenmerkend is dat pluriformiteit en diversiteit worden erkend: je mag zijn wie je bent. De school is een oefenplaats voor goed burgerschap. In de klas, op het schoolplein en in andere ruimtes op school krijgt de leerling te maken met processen, gedragingen en gebeurtenissen die ook voorkomen in de ‘echte’ samenleving.

Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en respect te hebben voor mensen die anders zijn. Hij kan zijn sociale competenties verder ontwikkelen, wordt zich bewust van zijn sociale rechten en plichten en kan meedenken en mee beslissen. De school is voor de leerling een venster op de samenleving. De invoering van burgerschapsvorming in het primaire en voortgezet onderwijs is geslaagd als scholen in Nederland zich bewust zijn van hun rol als oefenplaats van goed burgerschap en als hun onderwijs en schoolcultuur die rol optimaal ondersteunen. Op school geven we daar invulling aan door alle leerlingen kennis aan te reiken van en kennis te laten maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

Belangrijk is dat het kind bij alles wat het ontmoet of aangeboden krijgt zichzelf kan blijven. Het moet de dingen op zijn eigen wijze kunnen hanteren en opnemen om ermee aan zichzelf te bouwen. Zo ontstaat een begin van vrijheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Binnen het OGO-concept is dit een vanzelfsprekendheid.